Zwarte Maan, Zwarte Zon Drakenkop symbool zwarte lichten astrologie enneagram

Astrologie   Zwarte Lichten   Enneagram

 Home 

 

Artikel III

De Mens als meervoudig intelligent systeem.

© Rob de Best

Inleiding enneatypes

Klik hier voor printbare versie

Er zijn talrijke verklaringen, ideeën en concepten in omloop die het ontstaan van de enneatypes beschrijven. Door vrijwel even zovele enneagramschrijvers en –trainers. Hoewel vrijwel allen de namen Gurdjieff en Ouspensky gebruiken in de inleiding of voorwoord, vinden we over het algemeen weinig of niets van door deze laatsten gebruikte uitgangspunten terug. Doorgaans wordt gesteld dat Gurdjieff geen persoonlijkheidsmodel gebruikte of heeft achtergelaten, en er zijn er zelfs die zonder omwegen suggereren dat Gurdjieff ‘er naast’ zat. Om vervolgens een poging te doen om de lezer te overtuigen van de juistheden van hun benadering. Helaas moeten we melden dat al deze beweringen op geen enkele manier blijken te zijn onderbouwd.

Het is zeker niet de bedoeling om alle andere ideeën zonder meer als onzedig, irreëel of niet-gefundeerd af te wijzen. De feiten liggen echter vaak anders dan veelal wordt gesuggereerd. Met deze inleiding is er dan ook geen enkele andere intentie dan u als lezer uit te nodigen vooral zeer kritisch te blijven, te onderzoeken en op basis van eigen onderzoekservaring te weten wat houdbaar is en wat niet. Onderscheidingsvermogen is de kwaliteit van het punt 3 op het enneagram, net als dit punt de passie ‘bedrog’ wordt toegekend.

Kijkend naar de overeenkomsten in de psychologische ennea-literatuur, vallen een aantal aspecten op. Op basis van de overweging dat de diverse stromingen binnen het psychologisch model inderdaad door psychologen wordt vertegenwoordigd, mag zonder meer worden aangenomen dat de karakterbeschrijvingen van de negen types doorgaans ‘correct’ zijn weergeven. Correct in de zijn van herkenbaarheid van de types en voorspelbaarheid van zowel stressgedrag als ontwikkelingsmogelijkheden binnen het enneatype. Het psychologisch model kan dan met recht worden gezien als de maatschappelijke carrière van het enneagram.

Met een navenant beperkte bruikbaarheid. Het model van karaktertypering en –herkenning is zeer goed toepasbaar bij teamvorming in bedrijven en voor velen een eerste blik in de karakterspiegel. Met de groeimogelijkheden die ieder type voorstaan is er vooralsnog individuele progressie te behalen. De voordelen van dit model zijn dan ook dat snel inzicht wordt verkregen in hoe het eigen gedrag op anderen overkomt en op welke wijze gekleurd wij het gedrag van anderen ervaren. Hoewel ieder enneatype feitelijk een beperking is, kleven er aan deze beperkingen ook zeker talenten. Talenten met een maatschappelijke bruikbaarheid en verzilveringmogelijkheden. Het binnen teams maken van effectieve tandems op basis van complementair talent, is dan ook een veel gebruikte toepassing van het enneagram als psychologisch model.

Dit, gecombineerd met het feit dat 99,9% van de mensen hun hele leven van hetzelfde enneatype gebruik maken, is de nog immer groeiende populariteit van deze toepassing, bijna 30 jaar na de introductie ervan, zeker verklaarbaar.

spel van de drijfveren daarachter vooralsnog niet eenduidig verklaard. Zowel praktisch als theoretisch loont het de moeite om een aantal relevante uitgangspunten van de leer die door Gurdjieff werd gepraktiseerd als uitgangspunt te nemen. Anders gezegd is het zeer de moeite waard om de populaire kennis van het karaktertypemodel terug te enten op de meer fundamentele uitgangspunten van de traditie van de Vierde Weg.

Door deze terugenting op de fundamentele uitgangspunten wordt het psychologisch model in het juiste perspectief gezet. Dit geeft het psychologisch model de noodzakelijke extra dimensie voor hen die hun persoonlijke effectiviteit werkelijk willen vergroten. Ook blijkt door deze enting dat het karaktermodel feitelijk een afleiding is van het dynamische procesmodel. Toepassing van de fundamentele wetten die aan dit procesmodel ten grondslag liggen, laten zien dat ieder proces van idee tot en met realisatie 9 fasen kent. Deze negen fasen komen –het zal geen verrassing zijn – overeen met de karakteristieken van de enneatypen.

Uit deze dynamiek mag dan nu al de conclusie getrokken worden dat een enneatype geen statisch feit kan zijn. Meer correct is het dan ook te stellen dat ieder mens toegang kan krijgen tot alle enneatypes. Dus alle kwaliteiten van alle types latent tot zijn of haar beschikking heeft. Het enneatype dat iemand gebruikt dient dan ook veeleer gezien te worden als het individuele startpunt voor persoonlijke ontwikkeling. Dit komt overeen met het uitgangspunt dat ieder mens een heel enneagram is.

Ik ben niet mijn lichaam, noch ben ik mijn denken, gedrag of karakter. Wat ik wezenlijk ben zal weliswaar gebruik maken van dit lichaam en zal in het optreden naar buiten toe gebruik maken van een manier van optreden. Maar lichaam noch karakter zijn onvergankelijk en kunnen dus niet zijn wie ik Ben.

Gurdjieff stelt al het gedrag van de mens als machinaal gedrag. Regelmatig komen we de term mensmachine tegen en de opmerking dat we niet in staat zijn te Doen.

Dit druist in eerste instantie volledig in tegen ons idee dat we wel degelijk in staat zijn te doen en keuzes te maken. Maar hoe hard kunnen we dit idee werkelijk maken? Kunnen we inderdaad doen wat we willen? Zo ja, dan zou het ons geen enkele moeite kosten om de automatische en niet-aflatende stroom van gedachten stop te zetten en even helemaal stil te vallen, zoals ons veelal wordt aanbevolen. En dan zou het ons geen enkele moeite kosten om het verlangen en de intentie achter het gedrag van anderen te zien en te erkennen. Om daar vervolgens naar te handelen. En dan zouden we nooit meer liegen, niet tegen onszelf en niet tegen anderen. En dan zouden we dus altijd doen wat we zeiden.

Hoe dit bij u werkt weet ik niet, maar ons lukt dit nog niet allemaal. Het is dan realistischer om de toestand van vandaag als vertrekpunt te nemen en te erkennen dat ons gedrag en zelfbeleving vrijwel altijd nog het effect is van een reactie op iets anders. En dat we reactie noch beleving naar believen kunnen veranderen. Los van het feit of we al dan niet tevreden zijn over de manier waarop we reageren.

Deze erkenning kan er toe leiden dat we onze beperking, ons onvrij zijn erkennen en bereid zijn om een inspanning te leveren om deze te overstijgen.

G. stelt dat er zeven intelligenties of centra zijn waar mensen gebruik van kunnen maken. Analoog aan de Wet van Zeven, mogen deze dan in het enneagram plaatsen:

centra en enneagram

Verder dient hier als uitgangspunt G.’s aanduiding van de mens nummer 1,2 en 3 als zijnde mensen met een verschillende focus, mentaal, emotioneel danwel fysiek. Eerder hebben we al moeten vaststellen dat het punt 3 een blokkade is, waar een invloed van buitenaf nodig is om de noodzakelijke ombuiging in onze ontwikkeling te realiseren. Deze blokkade verhindert de toegang tot het volledige gebruik van zowel het mentale centrum als het emotionele centrum.

Er kan dan geen andere conclusie zijn dan dat in eerste instantie het instinctieve centrum dominant is voor de aansturing van het bewegingscentrum. Universele energie stroomt een menselijk systeem in. En activeert daar de werking van het instinctieve centrum. Een adequate werking van het instinctieve centrum, zal dan een energiekwaliteit leveren die kan worden gebruikt door het bewegingscentrum.

Het uitgangspunt van transformatie van energie als functie van ieder centrum, biedt naar onze mening een stevige basis voor het onderzoek naar wat de functie van de mens zou kunnen zijn in deze schepping. Een hypothese hierover is als bijlage opgenomen.

Een ander uitgangspunt van G. is dat ieder punt een heel octaaf is. Hoewel de exacte uitwerking hiervan voor de strekking van dit werk te ver gaat, kunnen we wel de conclusies overnemen. Een afgerond geheel bestaat immers uit drie componenten.

Het instinctieve centrum kent dan een logische opbouw. Als ieder levend organisme zal de eerste inspanning erop gericht zijn het systeem in stand te houden, het overlevingsmechanisme. Als aan deze voorwaarde is voldaan, zal het betreffende specie zich naar de soort en naar functie gaan gedragen: de sociale behoefte. Bij sociale acceptatie bestaat de mogelijkheid een actieve bijdrage te leveren om de soort in stand te houden en intieme relaties aan te gaan.

Driehoek in het enneagram

Het naar behoren functioneren van dit instinctieve centrum zal dan voorwaardenscheppend zijn voor het kunnen bereiken van hoger gelegen intelligenties. Dit kunnen we eenvoudig vaststellen bij ziekte. Al een eenvoudige griep kan een dermate aanslag zijn op het fysieke systeem dat alle beschikbare energie in eerste instantie wordt gebruikt voor de zelfbehoudende component.

Al eerder hebben we gezien dat de mens vanuit een bedoeld verblijf in wereld 48, een verbindende schakel is tussen de bewustzijnswereld 24 en deze planeet, die deel uitmaakt van wereld 96. Mede op basis van het feit dat G. het lijf waarmee wij geboren worden betiteld als het planetaire lichaam, mogen we vaststellen dat de gecombineerde kwaliteiten van het instinctieve en het bewegingscentrum aan de beperkingen van wereld 96 zijn onderworpen. Als we dan een eerder gebruikt schema opnieuw invullen aan de hand van het hierboven ingevulde enneagram, blijkt een duidelijke aansturing en hiërarchie:

verschillende werelden

Op basis van de werking van de Wet van Drie is het dan zeer aannemelijk dat een gebalanceerde werking van het Instinctieve Centrum en het Bewegingscentrum de energie produceren die nodig is om het volgende niveau te bereiken. En daarvandaan zal een gebalanceerde werking van het Intellectuele Centrum en het Emotionele Centrum weer de energie leveren om de Bewustzijnsenergie van Wereld 24 te bereiken. Dit correspondeert in ieder geval met de stellige opmerking van G. dat de centra van de mens zoals we deze doorgaans aantreffen verward zijn. Deze verwarring van de centra wordt als belangrijkste oorzaak aangegeven voor het mechanische gedrag dat we vertonen.

Dit maakt het begrip mens voor een zo groot aantal uitleggen vatbaar, dat het handig is om wat nuancering aan te brengen. Naar functioneren kunnen we de mens die verblijft in wereld 96 benoemen als de Homo Mechanicus, overeenkomend met mens nummer 1,2 en 3. De mens die verblijft in wereld 48, als de Homo Sensiblis, waar dan wellicht twee ontwikkelingsniveau’s zijn. Beheersing van het emotionele centrum, volledig en volkomen afgestemd zijn zou dan leiden tot de aanduiding mens nummer 4. Het daarna volledig beheersen van het mentale centrum geeft de kwalificatie mens nummer 5.

Hoewel hier duidelijk sprake is van een verticale indeling, is het niet handig om hier waardeoordelen aan toe te kennen. Het is zeker niet onze intentie te suggereren dat het bereiken van de toestand van mens nummer 4 of 5 ‘beter’ is dan een lager getal. Wanneer we de schepping zien als een systeem waarbij doorlopend de ene energie in een andere wordt getransformeerd, kunnen we slechts functies benoemen. De discussie of de Homo Mechanicus beter af is dan de Homo Sensiblis, of andersom, is dan ook volstrekt irrelevant.

Wel blijkt uit bovenstaande dat er een logische volgorde is, waarbij de vervulling van het onderliggende voorwaardenscheppend is voor het bereiken van een hoger niveau. Op basis van deze benadering blijkt dan ook dat de basis van ‘spirituele’ oefeningen gelegd moet worden in het beheersen van de onderliggende centra. Dit zal dan ook zeker de reden zijn waardoor ‘praktisch werk’ en movements een zeer prominente rol vervulden in het werk van zowel Gurdjieff als Ouspensky. Beoefenaars van Gurdjieff’s movements kunnen beamen dat de hierboven aangeven volgorde van energietransformatie daadwerkelijk ervaarbaar is.

Nu duidelijk is dat het functioneren van de Homo Mechanicus het vertrekpunt is, kunnen we vanuit een genuanceerd perspectief kijken naar de ‘werking van deze machine’. Slechts wanneer we een inspanning leveren om de werking ervan begrijpen, kunnen we de machine leren kennen. Een machinale beweging impliceert een automatisme, een repetent karakter. Deze repetentie moet per definitie voldoen aan de eigenschappen van de Wet van Zeven. En zal dus vanuit het instinctieve centrum op 1 de volgorde 1-4-2-8-5-7-1 … doorlopen. Hierbij zal dan een impuls vanuit het instinctieve centrum de oorzaak zijn van het ‘ongenoegen’ dat op punt 1 ervaren wordt.

Zoals ieder centrum, heeft het instinctieve centrum drie voedingsbronnen om de benodigde energie voor het eigen functioneren te generen. Voor dit centrum is dat voeding en vocht (op punt 9), lucht en ruimte (op punt 3) en warmte en impulsen op punt 6.

Driehoek in enneagram met energiën

Opgemerkt wordt dat het mentale centrum bij de Homo Mechanicus als laatste wordt gevormd. Vrijwel niemand heeft bewuste herinneringen aan de eigen zuigelingenperiode. Aangenomen wordt dat dit centrum zich ontwikkeld gedurende de eerste 36 levensmaanden en synchroon loopt met de ontwikkeling van het ik-besef. Dit ik-besef is het onderscheidingsvermogen zichzelf als een herkenbare verschijning te ervaren ten opzichte van alles dat niet-ik is.

De hypothese is dan dat gedurende de eerste 36 levensmaanden afwisselende perioden bestaan van een ik-besef en een niet-ik toestand. Indien dit ik-besef actief is op het moment van het ervaren, bewustwording van een gebrek, maar inactief is gedurende het verloop van het proces, zal het gebrek als levensbedreigend worden ervaren door het instinctieve systeem, het overlevingsmechanisme. Het besef van gebrek aan ofwel voeding/vocht, ofwel lucht/ruimte ofwel warmte/impulsen, zal dan een energiestroom op gang brengen. Op basis van de werking van de Wet van Zeven zal de eerste beweging zijn naar het punt 4. Dit is het punt van het emotionele centrum, dat op het niveau van overleven wordt aangesproken. Het gebrek leidt dan tot de sensatie van ‘doodsangst’.

Aangezien de Wet van Zeven en de Wet van Drie hier gelijktijdig van toepassing zijn, moet in de relatie 1-4 het derde punt gevonden worden in het punt 7, het punt van het hoger emotionele centrum. Deze energiepuls van creatieve energie veroorzaakt de doorgaande beweging naar het punt 2. Dit is zowel het punt van het bewegingscentrum (waardoor actie genomen wordt om moeder te mobiliseren) als het punt van dualiteit. Op dit punt ontstaat dan het besef in een hulpbehoevend fysiek lichaam te verblijven. De driehoek is dan vanuit punt 2 de driehoek met de punten 8 en 5. Op basis hiervan blijkt dat een beperkende overtuiging de aansturing wordt om de energie van punt 2 naar de 8 te krijgen. Punt 2 kan dan als de motor van ons gedrag worden gezien, die de energie van punt 4 als brandstof gebruikt en zich richt op het punt 8. Dit betekent dat we hier te maken hebben met wat de passie wordt genoemd.

Van punt 2 naar punt 8 vindt de omslag plaats. De activiteiten op de punten 1-4-2 zijn voor de buitenwereld onzichtbaar. Punt 8 is het optreden naar buiten, analoog aan de passie op punt 2 ontstaat hier het verdedigingsmechanisme. Onder invloed van de reeds op punt 5 gevestigde beperkende overtuiging en het punt 2 als motor, zal dit mechanisme er op zijn gericht om de beperkende overtuiging in stand te houden. Op het punt 5 ontstaat dan de enneatypische voorkeuren en vermijdingen. De motor op 2 blijft hier de energie leveren, waardoor het punt 7 wordt bereikt. Punt 7 is in het enneagram het punt van manifestatie. Dit moet dan ook de plaats zijn van de fixatie van ieder type. Doorgaans is het bepalen van enneatypisch gedrag het best te herkennen aan deze enneatypische fixaties. Deze fixatie richt zich op het vinden van een oplossing van het ervaren gebrek. Doordat het gebrek ervaren werd op het niveau van wereld 96, zal ook de oplossing in deze wereld worden gezocht. Daarmee zal dit het begin zijn van onze hechting aan deze wereld.

Hexagram van het enneagram

Bij punt 7 moet staan:

7 :Fixatie, gericht op oplossen gebrek. Excuses!

Hier worden de begrippen mechanische deel en instinctieve deel van de centra geïntroduceerd. Analoog aan de werelden 24, 48 en 96 mag worden gesteld dat ieder centrum een operationeel deel heeft, dat in relatie staat tot haar toepassing. Deze ‘anatomie’ heeft overeenkomstige eigenschappen naar de indeling van het totaal, met uitzondering van de hogere centra.

Dit gegeven doorrekenend blijkt dat ieder centrum is onder te verdelen in een fysieke component, een emotionele component en een intellectuele component. In die volgorde dan betrekking hebbend op het functioneren van het menselijk systeem in respectievelijk wereld 96, 48 en 24. Dit wordt o.m. bevestigd door het gegeven dat de hogere centra slechts te bereiken zijn door gebruik te maken van de intellectuele delen van respectievelijk het emotionele centrum en het intellectuele centrum.

Als we dan de mens als een meervoudig intelligent systeem beschouwen, blijkt dat vooral de samenwerking tussen de verschillende centra de noodzakelijke energie oplevert die nodig is om van de hogere centra te bereiken. Om dit te bereiken zullen we dus een toestand moeten creëren waarbij het onmogelijk is om op de automaat te blijven functioneren. Hierdoor worden de intellectuele delen van in eerste instantie het instinctieve centrum en het bewegingscentrum aangesproken. Dit levert de energie op waarbij het emotionele en mentale centrum in wereld 48 worden bereikt.

De waarde van het antwoord op de vraag hoe groot het EQ, IQ, FQ of zelfs SQ is daarmee zeer betrekkelijk geworden. Het vermogen om het traject van persoonlijke ontwikkeling te volgen zal voornamelijk worden bepaald door het hier geïntroduceerde begrip ∑Q. worden bepaald door het hier geïntroduceerde begrip ∑Q.

Naar boven

Home

Contact

Horoscopen

Publicatie's

Horoscopen

Spirituele Kant

Carteret

Sirius

Studiegroep

© Copyright 2001-2007  Wout Hendrickx   George Bode   Rob de Best   klik hier voor Citaten, Copyright en  Disclaimer.

llll