Zwarte Maan, Zwarte Zon Drakenkop symbool zwarte lichten astrologie enneagram

Astrologie   Zwarte Lichten   Enneagram

 Home 

 

Artikel VI

Gurdjieff's vermelding in "Dictionary of Gnosis and Western Esotericism".

Wouter J. Hanegraaff, uitgeverij Brill.

Klik hier voor een printbare versie

Dictionary of Gnosis and Western Esotericism

Dit betreft een artikel uit het N.R.C Handelsblad van 5 maart 2005.

In het betreffende artikel, geschreven door journalist Hendrik Spiering, gaat deze in op de recente publicatie van Wouter J.Hanegraaf, hoogleraar "Geschiedenis van de hermetische filosofie en verwante stromingen" aan de Universiteit van Amsterdam.

Het onderstaande stuk heb ik uit het bovengenoemde artikel "geplukt".

Hierin wordt Gurdjieff getypeerd als

"onmiskenbaar een van de meest invloedrijke twintigste-eeuwse-esoterici"

en in onze ogen echt niet alleen vanwege de introductie van het Enneagram in het Westen.

Gurdjieff in het NRC maart 2005

Maar dit wisten wij reeds al!

Uitgeverij Brill ,


http://www.brill.nl/m_catalogue_sub6_id21292.htm

Recensie door Paulien Tibben, klik hier.

Dit artikel is geplaatst met toestemming van het NRC Handelsblad

Copyright foto berust bij Serge Troude, klik hier

Bij deze het hele artikel uit het NRC Handelsblad

Dit artikel is geplaatst met toestemming van het NRC Handelsblad

N.R.C Handelsblad 5 maart 2005

Artikel van journalist Hendrik Spiering.

Naar aanleiding van het verschijnen van de

"Dictionary of Gnosis and Western Esotericism",

geschreven door hoogleraar "Geschiedenis van de hermetische filosofie en verwante stromingen" aan de UvA,

Wouter Hanegraaff

Waarheid in jezelf

Door journalist Hendrik Spiering

Encyclopedie plaatst gnosis en esoterie in historisch perspectief

Waar of niet waar, de ideeën en praktijken van occultisten en gnostici verdienen wetenschappelijke bestudering. Dat bewijst de Dictionary of Gnosis and Western Esotericism die komende week verschijnt.

GNOSTIEK, ROZENKRUISERS, Rudolf Steiner, Hermes Trismegistus, de pansofie van Jan Comenius, Helena Petrovna Blavatsky, Jacob Boehme, katharen, neo-katharen, Marsilio Ficino, vrijmetselarij, Hildegard van Bingen, Aleister Crowley, tarot, het occultisme van William Butler Yeats, new age, magie, de alchemie van Isaac Newton, Paracelsus, Johannes Scottus Eriugena, reïncarnatie, astrologie, getallensymboliek, the Hermetic Order of the Golden Dawn, spiritisme enzovoorts, enzovoorts. Al die vreemde en vaak maar halfbegrepen ideeën en fenomenen die normaliter worden genegeerd of slechts in de marge van de godsdienstgeschiedenis behandeld, staan centraal in de 1200 pagina's van de Dictionary of Gnosis and Western Esotericism. Aanstaande dinsdag wordt het tweedelige magnum opus officieel aangeboden aan voorzitter Sijbold Noorda van de Universiteit van Amsterdam.

Niet alleen de omvang van de beschreven fenomenen is verrassend. Nee, ook het feit dat de onderwerpen neutraal worden beschreven. Dat gebrek aan retoriek zie je niet vaak als het gaat om occultisme, gnosis of esoterie. Dat is een strijdterrein van partijdige polemisten (zie bijvoorbeeld de heisa rond de roman `De Da Vinci Code') waar de wetenschap tot voor kort amper naar omkeek. In de Dictionary worden eventuele negatieve kanten niet verdoezeld, maar evenmin gebruikt om een fenomeen als geheel te diskwalificeren. Neem bijvoorbeeld het uitvoerige stuk over de beroemde `madame' Blavatsky (1831-1891). Deze stichteres van de Theosofische Vereniging was in de woorden van lemma-auteur James Santucci ( California State University in Fullerton) `de meest gedenkwaardige en vernieuwende esoterica van de negentiende eeuw'. Santucci beschrijft onder meer haar betrokkenheid bij de slag van Mentana (1876) en haar `reisdwang', maar - aanzienlijk pijnlijker - óók de ontmaskering in 1885 dat zij de brieven van haar wijze `Meesters' Koot Hoomi en Morya zèlf had geschreven, evenals latere beschuldigingen van plagiaat. Maar evengoed worden Blavatsky's ideeën over het Zelf, de onkenbare God en de `kosmische hiërarchie van bewuste wezens' zonder enige snier weergegeven.

Bij moderne fenomenen valt die neutraliteit nog veel sterker op, zoals in het artikel over scientology. `Wat een overdreven positief verhaal', is zelfs de eerste reactie bij lezing. Tot de lezer zich realiseert dat hij bij dit onderwerp `natuurlijk' afwijzing verwacht, en daardoor hier juist vergoelijking van scientology vermoedt. ``Wij bieden de lezer gewoon neutrale informatie aan'', zegt prof. Wouter Hanegraaff op de zolder van de faculteit voor geesteswetenschappen in Amsterdam, waar zijn Instituut voor de Geschiedenis van de Hermetische Filosofie en verwante stromingen is gevestigd.

SCIENTOLOGY

Hanegraaff is hoofdredacteur van de Dictionary en hij is wel gewend dat hij zijn aandacht voor `suspecte onderwerpen' moet verdedigen. ``Mensen zijn vaak verbaasd over die neutrale toon. Die neutraliteit betekent dat aantoonbaar negatieve zaken, zoals in het geval van scientology [bestreden door overheden wegens het totalitaire karakter en de terreur tegen (ex-)leden die uit de school klappen, red.], er natuurlijk ook inzitten. Lees maar na. Maar het zijn feitelijke beschrijvingen, we gaan daarin geen positie innemen - ook al hebben we er misschien wel zo onze ideeën over. Het heeft ook geen enkele zin om over de ideeën van de Mart inisten, Robert Fludd of wie dan ook te zeggen: `zij claimen in een eeuwenoude authentieke traditie te staan, maar dat is niet waar, hoor'. Wat is het nut van dat belerende vingertje? Je kunt alleen zeggen dat die authenticiteit geclaimd wordt, dàt is historisch interessant. Als je schrijft over middeleeuwse wonderverhalen ga je er toch ook niet voortdurend bij zeggen `zoiets kàn natuurlijk helemaal niet'? Maar bij esoterische bewegingen bestaat altijd nog het idee dat je er telkens een veroordeling bij zou moeten zetten, omdat je ze anders zou `goedpraten'. Nou, ik heb voldoende vertrouwen in het oordeelsvermogen van de lezer. Wij hoeven niet te gaan vertellen of het wáár is wat ze geloven, en ook niet of het diepzinnig of oppervlakkig is. Dat kan de lezer zelf uitmaken.''

Toch kan de wetenschapper de ene keer `kritischer' zijn dan de andere keer, gewoon omdat een onderwerp beter onderzocht is. Hanegraaff: ``In het geval van een ondergrondse ketterse en esoterische Tempelierstraditie, waarop zich onder meer de achttiende-eeuwse vrijmetselaars beriepen, is het historisch aantoonbaar dat dat mythen zijn. Dan zou het een wetenschappelijke fout zijn om daar niet uitgebreid op in te gaan. Maar neem bijvoorbeeld de genezingen door de helderziende genezer Edgar Cayce (1877-1945). Wij zijn er niet bij geweest, bij die genezingen, wij hebben alleen de verhalen, en die zijn niet systematisch kritisch onderzocht. Dan kun je er dus niet bijzetten: ` Cayce beweerde wel dat hij mensen genas, maar dat klopt niet'. Daarmee ga je je boekje als historicus te buiten. En als je er een algemene disclaimer bijzet: `volgens de moderne medische wetenschap kan dit niet', dan gaan we ons weer mengen in de kwestie of alternatieve geneeswijzen al of niet werken, en gaan we op de stoel van de medici zitten. Bovendien zou je dat dan óók bij àl die andere genezingsbewegingen moeten doen. Terwijl de genezingsclaims van Cayce weer heel anders van aard zijn dan die van het mesmerisme [de beweging van het `dierlijk magnetisme' waaruit in de negentiende eeuw hypnose is ontstaan, red.]. Zulk systematisch vergelijkend onderzoek is nooit gedaan. Dat kunnen we dus gewoon niet waarmaken.''

MIJLPAAL

Hanegraaff is hoogleraar `Geschiedenis van de hermetische filosofie en verwante stromingen' aan de UvA. Zijn proefschrift New Age Religion and Western Culture (1996) vormde een belangrijke mijlpaal in de wetenschappelijk bestudering van esoterie, occultisme en aanverwanten, die sinds de jaren tachtig goed op gang lijkt te komen. Het was voor uitgeverij Brill de aanleiding om Hanegraaff te vragen een dictionaire van gnosis en esoterie samen te stellen. Samen met de mederedacteuren en medepioniers op het onderzoeksgebied Antoine Faivre ( Sorbonne, specialist in moderne esoterische stromingen), Roelof van den Broek (Universiteit Utrecht, specialist in antieke hermetica en gnosis) en Jean-Pierre Brach ( Sorbonne, specialist in magie en getallensymboliek) stelde Hanegraaff een lijst op en stuurde die rond langs andere geleerden, ``en daarmee bereikten we verrassend snel een duidelijke consensus''.

``Het vakgebied begint met de Britse renaissancehistorica Frances Yates (1899-1981)'', vertelt Hanegraaff. Yates werd beroemd door haar studie van de grote invloed van de hermetische geschriften in de zestiende eeuw. Dat zijn Egyptische esoterische teksten uit de eerste eeuwen na Chr. die in de vijftiende eeuw werden herontdekt. In de zestiger jaren kwam er voor het eerst een leerstoel voor geschiedenis van de westerse esoterie, in Parijs, bezet door Antoine Faivre.

In het zo moeilijk definieerbare veld van de esoterie introduceerde Faivre begin negentiger jaren een invloedrijke definitie, met vier kenmerken. Esoterici gaan uit van `correspondenties' (alles hangt met alles samen, ook zonder causaal verband), van bezielde natuur (overal is bewustzijn), van imaginaties (mensen hebben toegang tot hogere werelden door innerlijke verbeelding) en van transmutatie (verandering van het lagere in het hogere - kwik in goud bijvoorbeeld). Maar hoewel daarmee duidelijkheid wordt geschapen, leiden al te scherpe scheidslijnen volgens Hanegraaff te gemakkelijk tot simplificatie. ``Iemand is dan wèl of níet een esotericus, al naar gelang hij binnen de definitie valt, terwijl veel vertegenwoordigers niet in zulke hokjes passen. Neem Marsilio Ficino. Dat is de vertaler van het Corpus Hermeticum, maar óók een katholiek priester en óók een van de invloedrijkste filosofen van de renaissance. Je kunt niet zeggen: hij was uitsluitend ` hermeticus'. Ik zeg: er is sprake van een esoterisch discours, en dat is aanwezig in marginale èn in mainstream figuren. Neem de helden van de wetenschappelijke revolutie, Isaac Newton en Robert Boyle, die zich intensief bezighielden met alchemie en daarom ook in onze dictionaire staan. Het is ook niet zo dat Boyle zich vooral in zijn jeugd met alchemie bezig hield om zich daarvan vervolgens te bevrijden en een echte chemicus te worden. Het was omgekeerd. Boyle begon in onze ogen als een chemicus en werd steeds alchemistischer. Onze tegenstellingen in de trant van `wetenschap versus bijgeloof' stammen uit de 18e eeuw en bestonden destijds niet. Westerse esoterie moet daarom gezien worden als een onderschatte dimensie van de algemene cultuur en niet als een tegencultuur.

Waarom toch die afwijzing van deze bewegingen, ook in wetenschappelijke kring?

``Eigenlijk zijn alle concepten waar wij mee werken - esoterie, gnostiek, het occulte, magie - onderdeel van een eeuwenoud polemisch discours, dat ook invloed heeft onder academici. Wij definiëren onze identiteit, of dat nu de christelijke is of de latere rationele of wetenschappelijke, door ons af te grenzen van wat we niet willen zijn. En wat wij in onze dictionaire beschrijven valt in hoge mate samen met dat hele uitgesloten terrein. Het is het spiegelbeeld van onszelf, het heeft zich verzelfstandigd als gevolg van onze uitsluitingsprocedures. Dat is de achtergrond van de negatieve reactie op dit soort onderzoek, ook in academische kring. Door esoterie serieus te bestuderen zou je het legitimeren.''

Maar hoe gevaarlijk zijn al die esoterici?

``De meeste van die gevaren zijn denkbeeldig. Het beeld van de `bedreigende ander' is in de westerse geschiedenis stapsgewijs opgebouwd. Het begint al met het monotheïsme, ver voor de jaartelling. `Wij' grenzen ons af van het heidendom en de afgoderij. De christelijke dogmatiek vanaf de eerste eeuwen creëerde vervolgens de vijand van `de' gnostiek. Dat was toen de ketterij bij uitstek, terwijl we tegenwoordig inzien dat die `gnostische vijand' een kunstmatig construct is van de ketterbestrijders. In de middeleeuwen richt de strijd zich tegen magie: het werk van demonen, de oude goden van de heidenen die ons proberen te verleiden. Heidendom, gnostiek, magie. De reformatie verwerpt vervolgens de katholieke kerk als een magische en heidense rituele religie gebaseerd op verering van beelden. Heel ironisch is dat, het katholicisme zit dan ineens aan de andere kant. In die strijd heeft de katholieke kerk natuurlijk ook weer teruggeslagen, maar dat wordt een ingewikkeld verhaal. De volgende stap is niet zoals veel mensen denken de wetenschappelijke revolutie, maar de Verlichting van de achttiende eeuw. De Verlichting wijst dit hele terrein óók af, maar nu niet op basis van religieuze overtuiging, maar op basis van het rationaliteitscriterium: `zij' zijn irrationeel en bijgelovig. In de wetenschappelijke revolutie speelden juist nog veel `esoterische' elementen een rol, zoals bij Boyle en Newton.

``In feite maken we ons nu pas langzaam los van de dominantie van de Verlichtingsideologie. Als wetenschapper ben ik methodologisch een kind van de Verlichting, en dat wil ik ook blijven, anders maak je ook zo'n boek niet. Maar de rationele methode van kritisch onderzoek waarbij je wantrouwig staat tegenover de gezagsclaims van autoriteiten of tradities is iets heel anders dan het omarmen van de Verlichting als het enige juiste wereldbeeld of als ideologie. Ons soort onderzoek laat juist zien hoe wij onze identiteit als moderne rationele mensen hebben gecreëerd, door een heel terrein van ons af te grenzen. Dat maakt ons vaak blind zowel voor de irrationele elementen in ons eigen denken als voor de rationele elementen die aan de andere kant zitten. Als je de historische bronnen serieus neemt, blijk je dergelijke scheidslijnen niet op die manier te kunnen trekken''.

In de Dictionary valt op hoe groot het vermogen is om het eigen verleden, de eigen authenticiteit te verzinnen. Wat een fabulatie!

``Ja, de religieuze fantasie kent geen grenzen. Het idee van een universele esoterische traditie die tot Adam kan worden teruggeleid spreekt enorm tot de verbeelding. En dan construeer je dus zo'n traditie, dat is een centraal thema in de westerse esoterie. De vrijmetselarij zou teruggaan op de tempelbouw van Salomon, zo niet verder. De Rozenkruisers ook, enzovoorts tot en met de Da Vinci Code. Nou en? Je kunt zeggen `het is onzin', maar je kunt ook zeggen: dit is een uiting van religieuze verbeeldingskracht, zoals je die in alle vormen van religie vindt. De sociale en psychologische processen zijn overal dezelfde. Ik zie moderne esoterische bewegingen als religieuze minderheden die geen aparte status hebben ten opzicht van andere vormen van religie.''

Geloofden ze het dan ook allemaal ècht?

``Ja, meestal wel. Maar wat is geloof? Geloofden de Grieken ècht in het bestaan van hun goden? Wij denken veel te veel volgens een protestants concept, waarin geloof betekent dat je bepaalde stellingen voor `waar' aanneemt. Maar heel veel religie heeft meer te maken met wat je doet dan met wat je gelooft. Het speculatieve wereldbeeld, de inhoud van het geloof, is vaak alleen maar een achtergrond voor wat mensen doen in de praktijk. Die theorie heb je nodig om uit te leggen dat je bijvoorbeeld wèrkelijk in contact bent met hogere werelden, maar het is kunstmatig om die theorie eruit te lichten en de praktijk maar te vergeten.''

Niettemin, wat is de kern van deze esoterische bewegingen en ideeën? Heel vaak duikt `de goddelijke vonk' op, die in de mens zit en bevrijd moet worden van de vuiligheid van de wereld, al dan niet via al die inwijdingsgraden - van gnosis tot scientology.

``Ja, dat is een heel belangrijk algemeen thema. Gnosis staat niet voor niets in de titel van onze dictionaire. Zelfkennis als godskennis, het vinden van de goddelijke kern in zichzelf, de innerlijke vonk: dat is een kernelement dat je steeds weer tegenkomt. Volgens esoterici moet je de waarheid in jezelf vinden, in plaats van te geloven op basis van openbaring of het gezag van de kerk. En het absolute geloof in eigen waarheid, dat je óók vaak vindt, is eigen aan heel veel religies en ideologieën. Laat ik het zo zeggen: ik erger me dan meer aan de arrogantie van het establishment dan aan de arrogantie van de minderheden.''

Graal, katharen en Montsalwaesche

In de nu razend populaire roman 'De Da Vinci Code' van Dan Brown is de Heilige Graal een symbool voor geheime kennis over het nageslacht van Jezus Christus en Maria Magdalena. Dat geheim zou eeuwenlang zijn bewaard door de middeleeuwse katharen, de kruisvaardersorde van de tempeliers en uiteindelijk door het geheime genootschap van de Priorij van Sion. In dit verhaal komt een keur van esoterische stromingen samen.

De oorspronkelijke verhalen over de Graal, de beker waarin het bloed van Christus aan het kruis zou zijn opgevangen, ontstonden in de twaalfde en dertiende eeuw als onderdeel van de katholieke mystiek rond de eucharistie. En de Graal speelde ook al snel een rol in de vele ridderverhalen over koning Arthur en de Ronde Tafel. Maar na de middeleeuwen werd er nauwelijks meer naar de Graal omgekeken.

Pas in de negentiende-eeuw duikt de Graal weer op, eerst bij romantici als de componist Richard Wagner (in de opera Parsifal) en de schilder Dante Gabriel Rosetti. Via hen wordt de Graal pas in de tweede helft van de negentiende eeuw van een katholiek tot een esoterisch symbool, zo schrijft Massimo Introvigne (Center for Studies on New Religions, Turijn) in de Dictionary.

De connectie van de Graal met de pacifistische middeleeuwse ketterij van de katharen werd in 1846 gelegd toen de historicus Charles-Claude Fauriel die naamsverwantheid opmerkte tussen de Graalburcht (` Montsalwaesche') en het kasteel Montsegur, waar in 1244 ongeveer 200 kathaarse leiders waren verbrand. In middeleeuwse bronnen is overigens geen enkel verband tussen die twee te vinden.

De katharen maakten net als de Graal (en ook de tempeliers) na een lange periode van vergetelheid een culturele comeback in de achttiende en negentiende eeuw, eerst als helden van de Verlichting (dankzij de wrede vervolgingen door de katholieke kerk) maar in de tweede helft van de negentiende eeuw vooral als gnostische wijzen. In 1890 stichtte Jules-Benoît Doinel (1842-1902) zelfs een Gnostische Kerk waarvan hij tijdens een sceance door 41 ` kathaarse bisschoppen' tot patriarch werd `gewijd'. Doinel ontwierp voor zijn kerk een compleet neo-kathaars ritueel. Deze Gnostische Kerk bestaat nog altijd, hoewel Doinel in 1895 plotseling zijn bekering tot het katholicisme bekend maakte en zijn eigen kerk zwartmaakte in het pamflet `Lucifer démasqué'. Ook het Zuid-Franse Occitaanse nationalisme adopteerde in die tijd de katharen als inspirerende voorgangers, inclusief Graalconnectie. Regelmatig werd bij Montsegur naar de Graal gezocht.

Het Da Vinci Code-verhaal over de Graal als symbool voor de nakomelingen van Christus en Maria Magdelena (die in de vroege middeleeuwen zelfs een tijdlang koningen van Frankrijk zouden zijn geweest) is afkomstig van de occultist Pierre Plantard (1920-2000). Plantard beschouwde zichzelf als een van die nakomelingen en richtte in 1956 de Priorij van Sion op. Het boek The holy blood and the holy grail (1983) van de Britse journalisten Michael Baigent, Richard Leigh en Henry Lincoln, en recentelijk Dan Browns roman verspreidden dit verhaal onder een groot publiek.

Toost op de idioten

`De mens is een slaaf van zijn denken, dat slechts onbewust denken is. Hij (of zij) strijdt doelloos tegen lijden. Slechts tijdelijk kan zijn lot valselijk worden verlicht door al even misleide demagogen die hem tijdelijk ontrukken aan `spijsvertering, schoonmoeder, John Thomas en geld'.' Aldus holistische filosoof en wonderwerker George Ivanovitch Gurdjieff (1866-1949). In de Dictionary of Gnosis and Western Esotericism wordt Gurdjieff getypeerd als `onmiskenbaar een van de meest invloedrijke twintigste-eeuwse esoterici'. Hij groeide op in de Kaukasus en maakte lange reizen door Centraal-Azië, die hij beschreef in zijn in 1978 verfilmde boek `Meetings with remarkable men'. Vanaf 1922 woont hij in Frankrijk.

De uitweg uit het gewone bestaan als menselijke automaat zag Gurdjieff slechts voor een kleine minderheid weggelegd, die in staat was om uit het goedkope egotisme op te rijzen naar een essentiële aanwezigheid, `om pas dan door bewust werken en bewust lijden de ziel te scheppen waarvan je al die tijd had gedacht dat je hem al bezat', zoals de Dictionary het beschrijft. Gurdjieffs `Werk' omvatte onder meer `zelfobservatie ' en `zelfherinnering', door dans, muziek en groepstherapie (waarin hij een pionier was). Leerlingen dienden zich bewust te worden van hun eigen innerlijke leegte daarbij al dan niet geholpen door Gurdjieffs befaamde `toost op de idioten' na zijn rijke diners. Pas als de mens in staat is zijn aandacht werkelijk te richten ontstaat er een nieuwe energie, `in een combinatie van individuele aandacht en goddelijk onpersoonlijk bewustzijn', zoals Jacob Needleman (San Francisco State University) het in de Dictionary uitdrukt. Gurdijieff paste dit `Werk' in een wereldbeeld waarin God na de schepping afwezig is (maar lijdt onder het lijden van de mens) en een mythologie waarin de maan grote invloed op het menselijk leven heeft.

Opvallend bij de `onbeschaamde patriarch' Gurdjieff was dat hij iedere devotie of aanhankelijkheid rond zijn persoon afwees. Zijn invloed op kunst en psychologie is groot, ook buiten de wereld van de esoterie al was het alleen maar doordat de doodnormaal geworden uitdrukking `werken aan jezelf' van hem afkomstig is.

Datum: 

05-03-2005

Sectie: 

Wetenschap, Onderwijs

Pagina: 

45

Info : 

Wouter J. Hanegraaff ( ed), Dictionary of Gnosis and Western Esotericism, uitgeverij Brill, € 289 (tot 1 april € 259)

Foto-onderschrift: 

FOTO: JØRGEN KRIELEN Katharenfort Montsegur, volgens sommigen de Graalburcht Montsalwaesche. Foto C. Bibollet George Ivanovitch Gurdjieff Illustratie uit Aurora Consurgens, een alchemistisch manuscript uit de vijftiende eeuw. Een kolf wordt omringd door de zeven hemelsferen, met bovenin Saturnus en met de klok mee Jupiter, Mars, de zon, Venus, Mercurius en de maan. Alchemy , Mystik

Trefwoord: 

Non fictie; Occultisme; Levensbeschouwing; Kunst en Cultuur; Kunst; Taal- en Letterkunde

Persoon: 

Wouter J. Hanegraaff

Op dit artikel rust auteursrecht van NRC Handelsblad BV, respectievelijk van de oorspronkelijke auteur.

Naar het volledige artikel van het N.R.C. Handelsblad 5 maart 2005

Naar boven

Home

Contact

Horoscopen

Publicatie's

Horoscopen

Spirituele Kant

Carteret

Sirius

Studiegroep

© Copyright 2001-2007  Wout Hendrickx   George Bode   Rob de Best   klik hier voor Citaten, Copyright en  Disclaimer.

llll