Zwarte Maan, Zwarte Zon Drakenkop symbool zwarte lichten astrologie enneagram

Astrologie   Zwarte Lichten   Enneagram

 Home 

 

Artikel VII

Hoe doe je een Enneagram

Gurdjieff’s Movements

© Rob de Best

Klik hier voor een printbare versie

De benadering van Gurdjieff lijkt er niet een waar je in deze New Age periode de handen snel voor op elkaar krijgt. Stellingen als ‘mensen hebben geen ziel, maar kunnen deze slechts door inspanning verwerven’; ‘al het leven op aarde is slechts voedsel voor de maan’ en ‘mensen zijn niet in staat om te doen’, doen het marketingtechnisch niet zo goed in een maatschappij die er op gericht is om met een zo gering mogelijke inspanning ieder ongenoegen zo snel mogelijk te bevredigen.

Wie het enneagram werkelijk wil begrijpen zal het enneagram moeten doen, is nog één van die inspirerend uitdagende opmerkingen van Gurdjieff geweest, waar ik eerst geen touw aan kon vastknopen. Hoe doé je een symbool? Tot dusver was mijn bestudering van het enneagram vooral een mentale activiteit, waarbij in de literaire nalatenschap van Gurdjieff en zijn meest bekende leerlingen als Ouspensky, Bennett, Nicoll en Pogson, gezocht werd naar een beter begrip van het symbool dat ik in eerste instantie had leren kennen als een model van karaktertypering.

Gurdjieff ondertekent zijn belangrijkste werk ‘ Beëlzebubs verhalen aan zijn kleinzoon’ met “De Dansmeester”, waarmee hij kennelijk aangeeft dat door het bestuderen van zijn Movements een belangrijke sleutel gevonden kan worden. Deze bestudering vraagt inderdaad een actieve fysieke inspanning. Het volstaat niet om hier een video van te bekijken, zo die er al zijn, of om naar verhalen van beoefenaars te luisteren.

Als student van deze movements kan ik vanuit mijn ervaring slechts aangeven dat woorden op alle mogelijke manieren ontoereikend zijn om het effect van het bestuderen van de movements te beschrijven.

We ervaren ons leven dus doorgaans slechts als een tweedimensionale realiteit van oorzaak en gevolg en chronologische tijd. Als driedimensionale wezens, kunnen we doorgaans slechts tweedimensionaal waarnemen en voortbrengen, als een platgewaaide tent (vgl. Ouspensky’s zoeken naar de vierde dimensie). Door het bestuderen van de Movements is het mogelijk om de tent weer op poten te krijgen. De lichaamshoudingen zijn objectief, zodat we onszelf dwingen om aan ons eigen beperkte repertoire van subjectieve bewegingen voorbij te gaan. Het ritme van de muziek dicteert wanneer de volgende positie ingenomen dient te worden. De extremiteiten van ons lichaam die onafhankelijk van elkaar iedere positie moeten kunnen innemen, vraagt een volledige aandacht en inzet van ons hele vermogen. Door deze mix hebben we, al is het maar voor een moment, het vermogen om boven onze dualiteit uit te stijgen en alle drie de centra (mentaal, emotioneel en fysiek) te laten samenwerken. En daarmee het contact te herstellen met een meer fundamenteel deel van ons systeem.

In dit ‘meer fundamentele deel van ons systeem’ ligt een weten verscholen dat normaal gesproken onbereikbaar is. Wellicht zijn dit de door Gurdjieff aangegeven Hogere Centra. Behalve het ritme, dat een duidelijke relatie heeft met het motorisch centrum, heeft de muziek een duidelijke functie in het ontsluiten van dit weten. Iedere movement lijkt daardoor een bijzonder goed gecodeerde, maar onmiskenbare boodschap te bevatten. Duidelijk is dat er een beroep wordt gedaan op delen van het emotionele centrum die doorgaans buiten ons ervaringsbereik liggen. Het aanspreken van deze delen is noodzakelijk om die boodschap te ontcijferen. Het begrip hiervan is als ineens en volkomen. De piano én de pianist zijn hierbij onontbeerlijk.

Als levende muziek, aandacht en inspanning de ingrediënten zijn, dan is de klas die de movements bestudeert de noodzakelijke oven. Dit werk kan niet alleen worden verricht en vraagt een maximale inzet van alle deelnemers aan iedere movementsclass, iedere keer weer.

Voor de argeloze toeschouwer lijken de bewegingen veelal marionetachtig, machinaal. En de muziek laat zich echt niet met die van Mozart, Beethoven of Liszt vergelijken. De vraag kan oprijzen waarom er mensen zijn die zich, bijna 65 jaar na Gurdjieff’s dood, nog fanantiek bezighouden met deze Movements. Of waarom er dan zo geheimzinnig over wordt gedaan en zo weinig publiciteit aan gegeven wordt. Of wellicht hoeveel steekjes er aan iemand los moeten zijn voordat hij of zij het nodig vindt om iedere keer weer door het moeizame proces heen te gaan van het aanleren van een nieuwe movement. Er zullen vele goede antwoorden zijn, van even zo vele beoefenaars. De kern van deze antwoorden zal immer zijn: Het Werkt!

 

© Rob de Best, augustus 2004

 

Naar boven

Home

Contact

Horoscopen

Publicatie's

Horoscopen

Spirituele Kant

Carteret

Sirius

Studiegroep

© Copyright 2001-2007  Wout Hendrickx   George Bode   Rob de Best   klik hier voor Citaten, Copyright en  Disclaimer.

llll