Artikel XXVII

Het enneagram in praktische toepassingen

© Rob de Best, 2006

 

De laatste 30 jaar is het enneagram vooral bekend geworden als ‘eenvoudig’ psychologisch model waarbij al het mogelijke menselijke gedrag over 9 enneatypen wordt verdeeld. Het is zeker waar dat deze toepassing van het enneagram erkend is door gerenommeerde instituten. Het is helaas ook waar dat deze toepassing soms wat al te simpel wordt voorgesteld en er nogal wat mensen zijn die zich na een cursus van drie dagen specialist noemen. Het enneagram is publiekelijk vrijwel synoniem geworden met de 9 enneatypen, waarbij het bereik van menig training of cursus stopt bij de onthulling van het enneatype dat iemand ‘is’.

Hoe zeer het psychologisch model ook heeft bijgedragen tot de populariteit van het enneagram als symbool, des te teleurstellend is de groeiende overtuiging dat het enneagram alleen maar over gedrag gaat. Met alle respect en credit voor de bruikbaarheid van het psychologisch model, deze laatste toepassing is de meest oppervlakkige uitleg van het enneagram.

In de, door de praktisch filosoof Ouspensky opgetekende definitie van het enneagram, wordt dit symbool gepresenteerd als een symbolische weergave van een geheel. Het symbool geeft aan hoe de twee meest belangrijke scheppingswetten, de Wet van Drie en de Wet van Zeven, zich tot elkaar verhouden. Vrij vertaald: hoe massa en energie zich tot elkaar verhouden. Hierin ligt het accent veel meer op de dynamiek van het symbool dat weergeeft op welke wijze een zekere evolutie of devolutie plaatsvindt. Gekoppeld aan de mogelijkheid van mensen tot evolutie zal al snel duidelijk zijn dat het bereik van het enneagram fors verder gaat dat de rubricering van gedrag.

Het symbool van het enneagram werd door Gurdjieff rond 1914 voor het eerst publiekelijk gebruikt. De praktische bestudering van zijn werk richt zich op zowel het begrip van dit symbool als de toepassing van de werking ervan in het dagelijks bestaan. Of ‘het leven als leermeester’ zoals de bekende psycholoog Maurice Nicoll het formuleerde. De dagelijkse realiteit als ingrediënten voor het traject van verdergaande persoonlijke ontwikkeling. Dit in tegenstelling tot de keuze voor een leven als monnik, yogi of fakir. Dit ‘midden in het leven staan’ is feitelijk de filosofische én religieuze traditie van het Westen.

De meervoudige betekenis van het enneagram blijft hoogst inspirerend, vooral door de hoge bruikbaarheid ervan in het dagelijkse bestaan. De opgedane kennis van één willekeurige betekenis verstrekt dan als vanzelf het begrip van andere modellen. De bestudering door Rob de Best van het enneagram richt zich vooral op:

Het enneagram als model van karaktertypering (het psychologisch model).

Het enneagram als instrument bij verander- en procesmanagement.

Het enneagram als filosofisch model.

Het enneagram als metafysisch model van de mens.

Het enneagram als model van mogelijke verdergaande psychologische ontwikkeling van de mens.

Waarbij de toepassing vooral gericht is op het vergroten van iemands vermogen om (meer) als vanzelfsprekend en adequaat te reageren op de omstandigheden. Vanuit deze ‘dagelijkse praktijk als leermeester´ wordt een haalbare en concrete invulling gegeven aan ´verdergaande persoonlijke ontwikkeling. Dit is het fundamentele verschil tussen handelen vanuit mechaniciteit (enneatypisch gedrag) of inspiratie.



George I. Gurdjieff

Deze Grieks-Armeense mysticus introduceerde in 1914 tijdens zijn lessen in Moskou en Sint Petersburg het – inmiddels wijdbekende – symbool van het enneagram. De lessen die Gurdjieff in deze periode gaf zijn in ‘Op zoek naar het Wonderbaarlijke’ opgetekend door de wetenschapper Pjotr D. Ouspensky, die van 1914 tot 1921 de lessen van Gurdjieff volgde. Bij het uitbreken van de Russische revolutie vlucht Gurdjieff met zij groep eerst naar Constantinopel en later naar Parijs. Hier richt hij het Instituut voor Harmonische Ontwikkeling van de Mens op.

Opvallend in Gurdjieff’s benadering zijn statements (die toen al maar zeker ook in het huidige New Age denken wat weerstand kunnen opwekken) als:

De mens is slechts een machine. Hij kan niets doen en heeft geen vrije wil.

De mens is een wezen waarin drie (autonoom werkende) ‘breinen’ actief zijn.

Slechts door gericht werk en een voortdurende inspanning kan het niveau van mechanisch functioneren overstegen worden.

Al het leven op aarde is ‘slechts’ voedsel voor de maan.

Neem niets van wat beweerd wordt zonder meer aan, leer om te verifiëren.

Met name dit laatste punt is karakteristiek voor zijn benadering. Talrijke specifieke oefeningen werden gegeven waarbij de werkelijke betekenis van zijn stellingen door de deelnemers individueel geverifieerd kon worden. Het meest bekend hiervan zijn de Gurdjieff Movements (www.gurdjieff-movements.net) , die nog steeds een onuitputtelijke bron van studie, research en inspiratie vormen.

Een zwaar auto-ongeluk in 1924 betekent het einde van het Instituut in haar eerste opzet en het begin van Gurdjieff’s periode als auteur. In zijn belangrijkste werk “All and Everything” vertrouwt hij de kennis waarover hij beschikt aan het papier. Gurdjieff was er echter niet de man naar om deze kennis cadeau te geven. Wie probeert om zijn magnum opus, vertaald als ‘Beëlzebubs verhalen aan zijn kleinzoon’ te lezen, kan zich hier eenvoudig van overtuigen.

Uiteindelijk schrijft Gurdjieff nog twee boeken: Het later verfilmde Ontmoetingen met Bijzondere Mensen en Het Leven is alleen Echt wanneer ‘Ik Ben’. In 1939 is een volgende wending duidelijk waarneembaar. Zijn manier van ‘lesgeven’ lijkt nog het best te omschrijven als een vorm van directe kennisoverdracht. In deze periode introduceert hij de bekend geworden Toast op de Idioten, een zeer gecompliceerd ritueel, waar hij mee doorgaat tot aan het eind van zijn leven in 1949.

Vele leerlingen van Gurdjieff en weer leerlingen van zijn leerlingen (en inmiddels al een volgende generatie leerlingen) zetten dit werk van verdergaande persoonlijke ontwikkeling nog steeds voort. Het is op dit moment lastig om na te gaan welke stromingen of stichtingen authentiek zijn. Veelal heeft ook verwatering plaatsgevonden, vermenging met andere stromingen of is een deel van de uitgangspunten voor het geheel genomen. Door deze mogelijke vertroebeling ten opzichte van hetgeen Gurdjieff heeft geprobeerd over te brengen, is bewust gekozen voor een meer autodidactische benadering. Het resultaat van de studie-uitkomsten kan geverifieerd worden doordat het A. een belangrijke betekenis onthult van de cryptisch beschreven avonturen van Beelzebub’s kleinzoon (de theoretische verificatie) en B. vertaald kan worden naar een toepassing die integreerbaar is in het dagelijks bestaan.

Praktische bestudering: Hoe doe je een symbool?

Twee, in dit kader, belangrijke uitspraken van Gurdjieff zijn: (1) ‘alles is met behulp van het enneagram te verklaren’ en (2) ‘je kunt het enneagram alleen maar begrijpen door het te doen’.

Verder wordt nog de belangrijke aanwijzing gegeven dat we niets zomaar mogen aannemen, maar dat gezocht moet worden naar verificatie ervan. Alleen de eigen waarneming en beleving telt. De theorie is dan ‘slechts’ een maquette waardoor het mogelijk is om de eigen waarnemingen te ordenen en op de juiste plaats te zetten ten opzichte van het geheel. Er is dus wel degelijk een filosofisch concept nodig, maar met het bouwen van deze maquette, is er nog geen huis waarin je kunt wonen. Kennis alleen is daarmee volstrekt onbruikbaar!

Gurdjieff verwijst naar het enneagram als de symbolische weergave of verklaring van het ontstaan en functie van de schepping. Naar het ‘Zo Boven, Zo Beneden’ mag dan gesteld worden dat het enneagram een symbolische weergave is van de mens en zijn mogelijke psychologische ontwikkeling. Het is dus een symbool van wat de mens is én van wat hij kan worden én hoe dat traject dan loopt.

Kennis alleen is ontoereikend, is al eerder gesteld. Ouspensky verwoord deze les van Gurdjieff als de balans tussen ‘weten en zijn’. Kennis verzamelen door het bestuderen van de literaire erfenis van Gurdjieff en belangrijke vertolkers als Pjotr D. Ouspensky, John G. Bennett, Maurice Nicoll en Rodney Collin is daarmee een noodzakelijke eerste vereiste. Vervolgens zal iedereen zichzelf moeten afvragen hoe hetgeen beweerd wordt geverifieerd kan worden. Het bedenken van uitvoerbare experimenten is al een creatief proces op zich! Gurdjieff heeft zich een ware meester getoond in het verstrekken van allerhande oefenmateriaal waarmee zijn leerlingen de werking van hun systeem konden waarnemen. Niet alleen de al eerder genoemde movements, welke een zeer specifiek karakter hebben, maar vooral door oefeningen die iedere dag, tijdens onze ‘normale’ bezigheden kunnen worden uitgevoerd. Gelukkig (voor ons) is nog veel van dit materiaal bewaard gebleven.

Het enneagram

Over de herkomst van dit model is nog geen consensus. Dit gebrek aan duidelijkheid heeft al tot veel speculaties geleid. Wel is overeenstemming over het gegeven dat Gurdjieff het model rond 1914 voor het eerst in Moskou en St. Petersburg tijdens zijn lessen gebruikte. Het enneagram dankt zijn naam aan de vertaling van het Griekse ennea (negen) en gramma (vorm). Wel kennen we de Enneaden van Pythagoras (2500 jaar geleden) en zijn onderzoek naar de bekende diatonische toonladder do-re-mi-fa-sol-la-si-do.

 

Vaststaat dat de herkomst van het model vandaag nog niet onomstotelijk vaststaat. Wel is het mogelijk om het symbool te ontleden. Als eerste valt op dat drie figuren ten opzichte van elkaar onderscheidbaar zijn:

- een cirkel,

- een gelijkzijdige driehoek

- een symmetrisch hexagoon

De negen lijnen in de cirkel leveren negen punten op de cirkel op, die op gelijke afstand van elkaar liggen. Ook valt op dat er twaalf punten zijn waar de lijnen van de driehoek en het hexagoon elkaar kruisen en dat er drie punten zijn waarop de lijnen van het hexagoon elkaar kruisen.

Ouspensky tekent bij de presentatie van dit symbool op dat het een weergave is van de vereniging van de wet van drie en van de wet van zeven. De cirkel symboliseert het geheel: ‘een geordend en volledig bestaan’ ‘de gesloten cyclus’. Op basis hiervan mogen we dan concluderen dat het enneagram een neutrale, objectieve weergave is van de twee belangrijkste wetmatigheden die op ieder geheel van toepassing zijn.

Ten aanzien van ieder geheel dat we zouden willen onderzoeken, geldt dat dit zich in ieder geval gedraagt conform de wetmatigheden die in het enneagram zijn weergegeven.

De definitie (définire = begrenzen) van ons onderzoek bepaalt dan de specifieke betekenis van de punten van het enneagram, terwijl de kwaliteit van de punten in alle gevallen identiek moet zijn.

Het enneagram als model van karaktertypering (het psychologisch model).

Deze toepassing van het enneagram is ongetwijfeld de meest publieksbekende. Het enneagram wordt hier gebruikt als het geheel van mogelijk menselijk gedrag en karakter. Naar de punten van het model worden negen karaktertypen of ‘enneatypen’ beschreven:

 

 

Deze toepassing van het enneagram is rond 1974 publieksbekend geworden. De basis van deze toepassing werd gevonden door de zeven Christelijke hoofdzonden, aangevuld met bedrog en angst, als uitgangspunt te stellen voor de ontwikkeling van verschillende gedragspatronen. De psychiater Claudio Naranjo die deze benadering leende van zijn leermeester Oscar Ichazo, publiceerde rond 1974 zijn Ennea-type structures. Deze toepassing van het enneagram had en heeft vooral de belangstellingen van (overwegend Amerikaanse) psychologen. De laatste jaren zijn vele boeken van hen verschenen over deze toepassing.

Deze toepassing van het enneagram is vooral bekend geworden door het hoge gebruiksgemak, de snelheid waarmee het model zich kan worden aangeleerd en de herkenning van ieder mens van zijn of haar eigen gedrag (en dat van anderen) in één van de negen enneatypes. De lijnen in het enneagram krijgen hier de betekenis van voorspelbare gedragsveranderingen onder stress en bij persoonlijke ontwikkeling.

De ontwikkelde trainingen op basis van de kennis van deze toepassing van het enneagram zijn zeer bruikbaar op elk gebied waarmee we met gedrag van onszelf en dat van anderen worden geconfronteerd:

onze eigen voorkeuren en vermijdingen

teamsamenstelling en teambuilding

effectief omgaan met gedrag van klanten

stressherkenning

cultuurverandering en bedrijfstransformatie

Het enneagram als instrument bij verander- en procesmanagement.

De dynamiek van het enneagram komt vooral tot uiting in het gebruik als procesmodel. De negen punten op de cirkel laten het chronologisch verloop zien van de logische opeenvolgende fasen van ieder proces

.

Ieder proces begint in punt 9. Dit punt heeft een dubbele betekenis doordat het zowel een kwaliteit van de wet van drie én een kwaliteit van de wet van zeven voorstelt. Bezien vanuit de wet van zeven staat het punt voor rust (de zevende dag). Rust in de zin van ‘het is goed zo’ en het gaat als vanzelf.

Vanuit de wet van drie is dit de fase waar een impuls van buitenaf een einde maakt aan de cadans en schijnbare vanzelfsprekendheid. Deze impuls kan de kwaliteit hebben van een repeteerwekker of van een plons water. Als duidelijk is dat de bestaande situatie onherroepelijk beëindigd is (9:9=1), is fase 1 bereikt: hier ontstaat een natuurlijk verlangen om de harmonie te herstellen.

Een (mentaal) idee van wat er gemaakt moet worden, straks op punt 4, leidt tot het onderzoeken op punt 2 wat daar voor nodig is. Het bereiken van een volgende fase óp de cirkel, is dus alleen maar mogelijk door de zogenaamde binnenlijnen te volgen. Nadat het onderzoek op punt 2 is afgerond, is het zaak om de benodigde spullen in huis te halen. Dit is de impuls op punt 3. Deze impuls is feitelijk dan een beweging van punt 2 naar 8, naar 5 naar 7 naar 1 naar 4! Op deze wijze kan ieder volgend punt worden bereikt, waardoor het natuurlijk verloop van een proces zichtbaar wordt. Naast de voorspelbaarheid van iedere volgende fase, blijkt deze toepassing vooral zeer bruikbaar te zijn om snel te detecteren waar een proces stagneert en wat er specifiek moet gebeuren om het weer op gang te krijgen.

Het is belangrijk om te beseffen dat ieder punt ín de cirkel waar een lijn van het hexagoon een lijn van de driehoek kruist, een hindernis in het traject is. Een terzake uitgevoerde studie in 2003 van Rob de Best en Wout Hendrickx bracht de specifieke kwaliteit van al deze punten aan het licht. Voor zover kon worden nagegaan was dit nog niet eerder beschreven. Deze uitkomsten zijn nu een belangrijke pijler onder de training- en coachingoplossingen.

Het enneagram als filosofisch model.

Als aangenomen mag worden dat het enneagram een verklarend model is van alles dat tot stand is gekomen, dan moet het ook mogelijk zijn om de functie en het ontstaan van de schepping in haar geheel, en de positie van het leven op aarde, in het bijzonder die van de mens, daarmee te verklaren. Vanuit het adagium dat kennis voorafgaat aan Weten, is het zelfs noodzakelijk om over een dergelijke maquette te beschikken. De onderstaande tekst is vooral geïnspireerd op de boeken van John Bennet, met name ‘Deeper Man’ en ‘Energies’.

 

Een stelsel van opeenvolgende werelden als de noten van het octaaf. Belangrijk zijn vooral de impulsmomenten. De impuls op 3 is dan het moment van de oerknal. Dit betekent dat wereld 3 en wereld 6 daar nog aan voorbij liggen. Hierdoor ontstaat een evenwicht tussen de – al dan niet gemanifesteerde – kosmos, oftewel alle melkwegen en alles dat daar tussen ligt, aan de ene zijde en dat wat deze kosmos heeft voortgebracht aan de andere zijde. Wereld 3 kent slechts 3 wetten: a,b,c. Het aantal mogelijke combinaties ab,ac,ba,bc,ca en cb levert dan wereld 6 op. Iedere volgende wereld impliceert een verdubbeling van het aantal beperkingen, of wetten waaraan die wereld is onderworpen.

Het is een gegeven dat wereld 48 de wereld van de mens is en wereld 96 de wereld van de maan. De impuls tussen het punt 8 en punt 9 is dan het moment dat de maan de functie van de huidige aarde overneemt en de aarde de functie van de zon zal overnemen. Deze these is terug te vinden in Ouspensky’s beschrijving van de leer van Gurdjieff ‘Op zoek naar het wonderbaarlijke’. Vooralsnog hebben we dus vooral te maken met de werelden 96,48 en 24. Alles dat daaraan voorbij ligt is nog volstrekt onbereikbaar. De relatie tussen deze werelden 96,48 en 24 wordt door Bennett weergegeven als: ‘wereld 24 is de wereld waarvan uit jij je moeder inspireerde om je vader te verleiden zodat jij geboren kon worden…’

Het enneagram als energetisch anatomisch model van de mens.

Van Gurdjieff zelf komt de aanwijzing dat het enneagram ook gebruikt kan worden als de schematische voorstelling van één mens. Uitgaand van de verschillende centra door Gurdjieff genoemd worden, levert dit de volgende invulling van het enneagram op:

 

Opgemerkt moet worden dat de hogere centra (punten 7 & 8) volkomen aanwezig zijn, maar dat deze energie ons niet kan bereiken in onze ‘normale’ toestand. De energie die instroomt in punt 9, voedt allereerst ons instinctieve centrum, het overlevingsmechanisme en via het punt 4 ons bewegingscentrum. Het verlangen is dan volkomen gericht op de behoeften van het instinctieve functioneren waarbij drie aspecten worden onderscheiden: een zelfbehoudende, een sociale en een intieme component. Karakteristiek voor dit niveau van bewustzijn is de objectrelatie: ik en niet-ik. Wat niet tot mijn systeem behoort, bestaat buiten mij. Dit exoterisch bewustzijn wordt gekenmerkt door een patroon van actie en reactie, waarbij er een grote mate van voorspelbaarheid is. Feitelijk is dit de wereld van de enneatypen, waarbij verdedigingsmechanismen, vermijdingen en voorkeuren, passies en fixaties het mechanisch functioneren in stand houden. Doordat het hoger emotionele centrum niet bereikt kan worden, voedt het emotionele centrum zich met de emoties van het instinctieve centrum zoals angst, verdriet, woede, schaamte, onzekerheid enz. Van het mentale centrum wordt bijgevolg slechts de onderste laag gebruikt, die van het oorzaak en gevolg denken, (dag)dromen en fantasieën.

Duidelijk blijkt dat de mens dus onaf is. Na onze geboorte, opvoeding, schoolopleiding, werkervaring etc.etc. bevinden we ons nog steeds op het eerste deel van de driehoek. Verdere ontwikkeling begint dan bij het (groeiend) besef dat wezenlijke bevrediging niet (langer) gevonden kan worden door iets van buitenaf.

Het enneagram als model van mogelijke verdergaande psychologische ontwikkeling van de mens.

Uit Ouspensky’s beschrijvingen van de vroege lessen van Gurdjieff blijkt dat het enneagram vooral als hiërarchisch model werd gebruikt. De mens nummer 1,2 en 3 kennen dan twee bewustzijnsstadia: de slaaptoestand en de toestand waarin zij overdag verkeren. In deze laatste toestand kunnen mensen allerlei handelingen verrichten, werken, eten, filosoferen etc. Het onderscheid tussen de mens 1,2 en 3 wordt bepaald door hun dominante centrum. Voor mens 1 is dit het fysieke centrum, voor mens 2 het emotionele centrum en voor mens 3 het mentale centrum. Dit bewustzijnsniveau komt overeen met dat van de enneatypes.

Verder wordt gegeven dat de doorgaande ontwikkeling van de mens gericht moet zijn op het bereiken van het bewustzijnsniveau van mens nummer 5. Dit niveau wordt beschreven als een objectief bewustzijn. De aanduidingen gaan dan verder tot en met mens nummer 7. Dit leidt tot een volgende mogelijke invulling van het enneagram:

 

De bewustzijnstoestand van mens nummer 1,2 en 3 bevindt zich op het niveau van mechanisch functioneren. Er is dan een impuls van buitenaf nodig om verder te komen. Als deze impuls niet wordt ontvangen, stagneert het verhaal. In eerste instantie is het belangrijk te beseffen dat we niet over een objectief bewustzijn beschikken, maar wel de inspanning kunnen leveren om dit te verwerven. Met gebruikmaking van het enneagram als filosofisch model betekent dit dat de aandacht zal moeten verschuiven van objecten buiten ons naar de sensaties ín ons als gevolg van het contact daarmee. Concreet betekent dit dat we onze mentale aandacht meer en meer richten op fysieke gewaarwordingen. Dit betekent dat we het mentale en het fysieke centrum uitnodigen om samen te werken. Met als gevolg dat het emotionele centrum wel, al is het maar voor een moment, onder invloed van het hoger emotionele centrum kan komen. We kunnen de impuls van buitenaf daarmee niet afdwingen, we kunnen er wel aan werken om bereid te zijn om deze te ontvangen. Dit verklaart wellicht Gurdjieff’s aanwijzing: Herinner jezelf! Altijd, overal.

© Rob de Best, 2006

 

Naar boven